In hoorcollege 3 werd er door Theo verteld over de waarde van producten. Deze is met de tijd veranderd. Nu kopen we een product voor het merk en belevenis, terwijl het vroeger zo was dat je iets kocht voor de functie van het product zelf.
Na de tweede WO: symbolische waarde ontstond.
Vb: als je in een bepaalde auto reed, behoorde je tot een bepaalde klasse. Terwijl de ene auto niet per sé beter was. Ferrari is een object op zichzelf geworden (en heeft dus een bepaalde symbolische waarde).
Baudrillard werd ook meerdere malen genoemd. Deze quote bleef me het meest bij:
''We live in a world where there is more and more information, and less and less meaning''.
Een andere quote van Baudrillard (en McLuhan?):
''Media zijn extensies en simuleren(in een model stoppen) de werkelijkheid en construeren simulacra (beelden,gelijkenissen)''.
Met bovenstaande quote word (denk ik) Facebook bijvoorbeeld bedoeld. Iedereen laat zich van zijn beste kant zien en zet geen negatieve dingen erop over zichzelf. Zo creëert men een ''perfecte wereld'' online en dus een illusie van de werkelijkheid.
Grootste model => taal die wij spreken. => is een medium die de boodschap overbrengt
Ook een heel interessant onderwerp was ''Hyperreality''.
Vb: Disneyworld. Een neppe wereld waar je even je gedachten op 0 kunt zetten.
Veel mensen (in amerika) zitten vast in de hyperreal.
Baudrillard heeft het ook over verantwoordelijkheden waar wij niet mee om kunnen gaan. Zoals de oorlog in Syrië, waar veel mensen hulp nodig hebben. We willen wel, maar hebben de middelen niet, en dus geven we maar geld aan goede doelen, waar ze eigenlijk toch (bijna) niets aan hebben. Zo voeden wij onze ''behoefte'', door iets te consumeren.
Hij schrijft over 6 indicatoren in zijn boek om hiermee om te kunnen gaan:
1. Nostalgia (instagram)
2. Ironie (street art)
3. Reenactment (lowlands)
4. Simulatie van sensatie (expeditie robinson)
5. Consumptief engagement (goede doelen)
6. Overidentificatie (het economisch systeem)
Werkgroep
Het hoorcollege heeft me erg aan het denken gezet. In de werkgroep hadden we het ook nog over de 6 indicatoren. Ik vind het vak wel steeds interessanter, maar ook moeilijker worden. Je móet wel echt nadenken om sommige dingen te kunnen begrijpen. Verder keken we even naar elkaars onderzoeksvoorstellen. Ik heb veel boeiende onderwerpen gezien bij mijn klasgenoten, zoals de opkomst van mobiel internet, de ontwikkeling van bewerkingsprogramma's en de invloed van (bijna) overal wifi.
Na de tweede WO: symbolische waarde ontstond.
Vb: als je in een bepaalde auto reed, behoorde je tot een bepaalde klasse. Terwijl de ene auto niet per sé beter was. Ferrari is een object op zichzelf geworden (en heeft dus een bepaalde symbolische waarde).
Baudrillard werd ook meerdere malen genoemd. Deze quote bleef me het meest bij:
''We live in a world where there is more and more information, and less and less meaning''.
Een andere quote van Baudrillard (en McLuhan?):
''Media zijn extensies en simuleren(in een model stoppen) de werkelijkheid en construeren simulacra (beelden,gelijkenissen)''.
Met bovenstaande quote word (denk ik) Facebook bijvoorbeeld bedoeld. Iedereen laat zich van zijn beste kant zien en zet geen negatieve dingen erop over zichzelf. Zo creëert men een ''perfecte wereld'' online en dus een illusie van de werkelijkheid.
Grootste model => taal die wij spreken. => is een medium die de boodschap overbrengt
Ook een heel interessant onderwerp was ''Hyperreality''.
Vb: Disneyworld. Een neppe wereld waar je even je gedachten op 0 kunt zetten.
Veel mensen (in amerika) zitten vast in de hyperreal.
Baudrillard heeft het ook over verantwoordelijkheden waar wij niet mee om kunnen gaan. Zoals de oorlog in Syrië, waar veel mensen hulp nodig hebben. We willen wel, maar hebben de middelen niet, en dus geven we maar geld aan goede doelen, waar ze eigenlijk toch (bijna) niets aan hebben. Zo voeden wij onze ''behoefte'', door iets te consumeren.
Hij schrijft over 6 indicatoren in zijn boek om hiermee om te kunnen gaan:
1. Nostalgia (instagram)
2. Ironie (street art)
3. Reenactment (lowlands)
4. Simulatie van sensatie (expeditie robinson)
5. Consumptief engagement (goede doelen)
6. Overidentificatie (het economisch systeem)
Werkgroep
Het hoorcollege heeft me erg aan het denken gezet. In de werkgroep hadden we het ook nog over de 6 indicatoren. Ik vind het vak wel steeds interessanter, maar ook moeilijker worden. Je móet wel echt nadenken om sommige dingen te kunnen begrijpen. Verder keken we even naar elkaars onderzoeksvoorstellen. Ik heb veel boeiende onderwerpen gezien bij mijn klasgenoten, zoals de opkomst van mobiel internet, de ontwikkeling van bewerkingsprogramma's en de invloed van (bijna) overal wifi.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten